Gedeelde publieksvoorwerpen
Laatste reacties
Dit is nooit officieel vastgelegd, maar JvdH schijnt te staan voor Jan van der Hagen. Hij zou rond 1750 - 1760 eigenaar geweest zijn van Het Moriaenshooft, maar ook dat kan ik nergens vaststellen.
Ik heb zelf een set manden gehad met het merk JVDH, helemaal geschilderd in de pastorale stijl zoals Verstelle ook deed.
Voorts waren er een aantal polychrome vazen bij Rob Michiels in een min of meer Kakiemon stijl.
De vazen die u toont lijken echter later van tussen 1770-1780 te zijn. Ik heb geen idee of dit type vazen ook al rond 1760 gemaakt werden.
Misschien dat een ander daar nog iets aan kan toevoegen of verbeteren?
It is a reproduction piece probabbly from around 1900. It has rocailles from 1760, it has a fake APK mark from around 1710 and it has trees that has never been seen on any real piece of delftware. Also the paint is very matte, the glaze is very unshiny and the color blue is incorrect.
Dit is van de tweede helft van de 18de eeuw, zo tussen 1760-1800.
het is van fabriek De Porceleijne Bijl.
Ik meen op een van de scherven ook de T van Tichelaar te herkennen. Om precies te zijn: de grote witte scherf links van het midden.
Hierhij een exemplaar in het Prinsenhof:
Op de Tefaf waren er ook twee een aantal jaren terug. Gekocht door een verzamelaar uit de buurt van Zoetermeer/ Alphen aan de Rijn.
Als antwoord op Op de tweede vaas vond ik… door mendoman
Ai bevestigd dat dit een roest reactie is van ijzer pigment met lood pigment. Dit kan dus ook gewoon veel later gebeurd zijn als tijdens het bakproces, maar dus ook tijdens het bakproces zelf.
Dit is wat Gemini er over te zeggen heeft:
Chemische Pigmentmenging vs. Oppervlaktevervuiling
Het bruine/roestachtige effect dat je langs de gele randband ziet, wordt veroorzaakt door een combinatie van pigmentchemie tijdens het bakproces en omgevingsfactoren van daarna:
Pigmentmengstelsel in de oven (Grand Feu / Moffeloven): In 18e-eeuws Delfts aardewerk werd geel voornamelijk gemaakt van Napels geel (loodantimonaat, Pb_2Sb_2O_7 of loodtingeel), terwijl rode of roodbruine pigmenten sterk afhankelijk waren van ijzeroxide (Fe_2O_3). Wanneer ijzerrood glazuur of verf vlak nabij of over een antimoon/lood-geel glazuur wordt aangebracht, smelten de ijzer- en loodantimonaatmatrices door de hoge temperatuur samen. Wanneer ijzeroxide oplost in een gesmolten loodantimonaat-glazuurmatrix, verschuift het heldere geel naar een vuile bruinoranje of roodbruine tint.
Roesten van ijzerpigmenten: Omdat 18e-eeuwse rode en bruine verven ongezuiverde ijzeroxiden bevatten (natuurlijke aardepigmenten zoals rode oker of gebrande omber), kunnen hoge concentraties ijzer het gebakken glazuur een letterlijk roestachtig uiterlijk geven.
Oude Restauratie of Verkleuring: De foto toont duidelijke glazuurschade, schilfers en blootgelegd aardewerk langs de voet/rand. Onbedekt, poreus keramiek absorbeert over de eeuwen heen gemakkelijk vocht, oliën en vuil, wat leidt tot donkerbruine vlekken langs de glazuurranden. Als het stuk ooit een oude restauratie heeft ondergaan, kunnen gedegradeerde lijmresten of op ijzer gebaseerde vulmiddelen eveneens oxideren tot een roestbruine vlek.
Belangrijkste Visuele Kenmerken
IJzermigratie: Gebakken ijzeroxide loopt uit in aangrenzende loodtinglazuurlagen, wat modderige bruine gradiënten veroorzaakt.
Vlekken in de Scherf: Scherven zonder glazuur nemen vervuiling uit de omgeving op, wat roestkleurige kringen rondom de glazuurbreuken vormt.


