Kunstmuseum Den Haag

De geknikte pot op drie pootjes met twee oren en een opwaarts gerichte tuit is aan de buitenzijde op de bovenrand en onder de knik met een band van slingerende bloemranken versierd. Tussen deze banden zijn drie voorstellingen weergegeven. Het betreffen taferelen van het bouwen van een schuit, het melken van koeien en van een interieur met drie vrouwen die gezien het zuivelgereedschap bezig zijn met de verwerking van de melkopbrengst. Op een schapje tegen de muur is een vergelijkbare tuitpot afgebeeld. Het onderste gedeelte van de pot is gedecoreerd met lambrequins en bloementoeven. Op de bodem aan de binnenzijde zijn twee drinkende figuren geschilderd waarvan de linker persoon uit eenzelfde type pot drinkt. De afbeelding van de scheepswerf is ongetwijfeld een toespeling op de Noord-Hollandse familie Schuijtemaker. Zij bezaten in de zeventiende eeuw te Avenhorn een scheepswerf. Na de drooglegging van de Beemster is in 1675 een tak van de familie in het naburige Grosthuizen neergestreken. Men zette daar een boerenbedrijf op, dat tot op heden wordt geleid door nazaten van de stichter Claes Jansz. Schuijtemaker. De twee andere taferelen verwijzen naar het reilen en zeilen van het leven op een boerderij.

Materiaal
tinglazuuraardewerk (faience) beschilderd in kobaltblauw
inventarisnummer
0756175
Creditline
Collectie Kunstmuseum Den Haag