C
Céline Ariaans  •  19 maart 2020

Gerrit Paape, een onschatbare bron

Gerrit Paape is binnen de keramiekwereld een zeer belangrijke bron vanwege zijn verhandeling De Plateelbakker of Delftsch Aardewerkmaaker uit 1794. Deze publicatie, zijn enige over Delfts aardewerk, behandelt veel aspecten van het achttiende-eeuwse productieproces van Delfts aardewerk, waardoor het een onschatbare bron van informatie vormt over deze industrie. 

De Plateelbakker was echter slechts een van de vele publicaties van Paape; hij stond ook bekend om zijn patriottische verhandelingen tijdens de Bataafse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw.

M. de Sallieth, Portret van Gerrit Paape, 1788
M. de Sallieth, Portret van Gerrit Paape, 1788

Paape werd op 6 februari 1752 geboren in een grote en arme familie in Delft. Omdat hij goed kon tekenen en schilderen liet zijn vader hem vanaf 1765 in een plateelbakkerij werken. Welke bakkerij dit was, is helaas onbekend.

Paape bereikte na tien jaar de status van schildersknecht. In 1779 werd hij ontslagen na een arbeidsconflict en begon hij een eigen bedrijf in schilderwerken. Hij sloot zich aan bij een kring van Delftse dichters, amateurkunstenaars en notabelen. In 1781 was hij werkzaam als griffier bij de Kamer van Charitate, de plaatselijke instelling voor armenzorg. In 1782 stelde hij zich op als patriot in de Bataafse revolutie.

Friesland

Langzamerhand werd Paape een autoriteit in Delft, wiens mening als belangrijk werd geacht. Na vijf jaar bij de Kamer van Charitate te hebben gewerkt, werd Paape journalist voor de lokale krant, de Hollandsche Historische Courant, die werd beschouwd als een van de meest radicale van het land. In 1788 kreeg hij van de magistraat van Delft de opdracht de stad te verlaten vanwege zijn patriottische houding. Kort daarna, op 3 april 1789, werd hij voor het leven verbannen door de rechtbank van Holland voor majesteitsschennis. Paape vluchtte eerst naar Antwerpen en vervolgens naar Duinkerken.1

Hoewel hij voor het leven was verbannen, keerde Paape terug naar Nederland

In 1794 werd Paape benoemd tot secretaris van generaal Herman Willem Daendels in Saint-Omer. Hoewel hij voor het leven was verbannen, keerde Paape terug naar Nederland en werkte hij korte tijd in Delft, Dordrecht en Den Haag voordat hij in september 1796 een eervolle functie in Leeuwarden aannam. Daar werd hij benoemd tot lid van de Raad van Justitie, zonder enige juridische kwalificaties.

Onder een pseudoniem hervatte Paape zijn journalistieke werk bij de radicale Friesche Courant en schreef over revolutie-gerelateerde onderwerpen.2 De anti-Franse opstand van Kollum veroorzaakte veel spanning in Friesland en Daendels hulp werd ingeroepen. Paape gooide als ware anti-orangist zijn onafhankelijkheid te grabbel door vooruit te lopen op gerechtelijke procedures en uitspraken. Hij werd wederom verbannen en in mei 1797 vertrok Paape naar Den Haag, ontgoocheld over de Bataafse revolutie.

De Plateelbakker

Paape schreef De Plateelbakker tijdens deze turbulente periode. Hij droeg het boek op aan Lambertus Sanderus, de eigenaar van plateelbakkerij De Klaauw van 1763 tot 1806, omdat er onder diens leiding Delfts aardewerk van hoge kwaliteit werd geproduceerd en vanwege het feit dat Sanderus ook een patriot was.3 Het boek werd tevens opgedragen aan J. Reghter, waarmee Gerrit Paape mogelijk bevriend was. Johannes (Jan) Reghter was, zoals Paape noemt, "zeer ervaren in het maken van fysische en andere instrumenten" en stond bekend om zijn microscopen, planetaria, elektrische apparaten en geometrische instrumenten. Verschillende illustraties in het boek zijn gemaakt door Reghter.4

D. Kerkhoff, De Geever in De Plateelbakker of Delftsch Aardewerkmaaker, 1794
D. Kerkhoff, De Geever in De Plateelbakker of Delftsch Aardewerkmaaker, 1794

Andere bronnen

Paape's verhandeling over Delfts aardewerk was niet de eerste over dit onderwerp. Hoewel niet specifiek over Delfts aardewerk, werd de eerste verhandeling over de vervaardiging van tin-geglazuurd aardewerk geschreven door de Perzische Abulquasim Abdallah ibn Ali, geboren in Kashan, Tabriz in 1301. Dit boek beschrijft hoe de klei voor borden, kannen en tegels werd bereid.

Een ander bekend manuscript is Li Tre Libri dell'Arte del Vasaio, dat tussen 1556 en 1559 is geschreven door Cipriano Piccolpasso, geboren in Castel Durante in 1524. Piccolpasso richtte zich vooral op majolica uit Urbino, maar haalde ook recepten aan die in andere steden werden gebruikt.5 Met De Plateelbakker schreef Paape een systematische verhandeling over de vervaardiging van Delfts aardewerk, waarin bijna alle facetten werden genoemd: van het wassen en kneden van de klei, het vormgeven van de objecten, de manier waarop deze werden gebakken, de haren die werden gebruikt voor de kwasten tot de ingrediënten van de verf.

Zijn angst voor de teloorgang van de plateelindustrie zou een reden kunnen zijn voor zijn schrijven

Hoewel het boek goed inzicht geeft in het productieproces van Delfts aardewerk, is niet alles duidelijk voor de hedendaagse lezer. Begrippen worden meestal uitgelegd, maar sommige ervan zijn nog steeds een mysterie. Zo is de betekenis van de woorden ‘vetjes’ of ‘kloekkarel’ in de loop van de tijd verloren gegaan. Verder beschrijft Paape in detail de grand feu-techniek, maar hij noemt de petit feu-techniek niet. Wellicht dat hij deze techniek heeft weggelaten omdat deze in de laatste dertig jaar van de achttiende eeuw zelden werd gebruikt.

Paape schreef De Plateelbakker niet alleen tijdens een turbulente periode, maar ook ten tijde van de ondergang van de aardewerkindustrie in Delft. Het is niet helemaal duidelijk waarom hij als schrijver van veelal politieke teksten de overstap maakte naar dit onderwerp. Hij verwijst in het boek meerdere malen naar de achteruitgang van de productie. Zijn angst voor de teloorgang van de plateelindustrie zou daarom een reden kunnen zijn voor zijn schrijven.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Aronson Delftware.

  • 1. G. Paape, De Plateelbakker of Delftsch Aardewerkmaaker, 1978 heruitgave van Buijten & Schipperheijn/Repro-Holland, Amsterdam, p. X
  • 2. Idem, p. XI
  • 3. Idem, p. XII-XIII
  • 4. Ibidem
  • 5. Idem, p. VIII