Kan

Gemeentemuseum Den Haag  •  27 June 2019

De met tuit en oor gemaakte faience kan heeft een licht geribde wand. De craquelures en de gaten in het glazuuroppervlak van de huid wijzen op problemen met het productieproces. Gelet op het tijdstip van vervaardiging (1898), gaat het hier om een periode waarin werd getracht de productie van tinglazuuraardewerk nieuw leven in te blazen. H.W. Mauser (1868-1940), de toenmalige technische leider van het bedrijf, werden pogingen in die richting ondernomen, maar werkelijk goede resultaten bleven uit. Zowel het model van de kan als de polychrome decoratie zijn op traditioneel Delftse wijze uitgevoerd. De eenvoudige randversiering, de rood gekleurde bloemen en de exotisch aandoende vogel die bijvoorbeeld ook op een kom uit De Metaale Pot is te zien, alles verwijst naar de Delftse productie uit de gloriedagen van weleer. Toch staat deze traditionele weergave aan het begin van een nieuwe ontwikkeling. Leon Senf beschilderde deze kan met een variant op zijn ontwerp van een paradijsvogel die deel uitmaakt van zijn "Paradijsvogel-serie".

Op dit voor een schotel bestemde ontwerp is tevens afhangend blad weergegeven, hetgeen in aangepaste vorm eveneens op de kan te zien is. Aanvankelijk werden paradijsvogels op zowel gangbare als vernieuwende modellen in tinglazuuraardewerk uitgevoerd. Vanaf omstreeks 1910, toen men volledig overging op de productie van het witbakkende aardewerk, treffen we deze vogel nog slechts op dit type keramiek aan. Het motief van de paradijsvogel paste men tot in de jaren veertig van de twintigste eeuw toe.

Merk
figuratief teken van flesje JT Delft. LS. jaarletter T. (op onderkant)
Afmetingen
hoogte 21,5 cm
Collectie
Gemeentemuseum Den Haag
Code
1009967
Herkomst
langdurig bruikleen, 2000
Unieke code
Gemeentemuseum Den Haag 1009967