Kan

Delft, 1687-1701
Gemeentemuseum Den Haag  •  27 June 2019

De naar Europees voorbeeld gemodelleerde kan is uitgevoerd met een wijde, cilindervormige hals, een bolvormige buik en langgerekt oor. Dit model ontleent zijn vorm aan steengoed kannen uit Westerwald die in de tweede helft van de zeventiende eeuw in de Nederlanden bijzonder populair waren. Twee respectievelijk 1668 en 1674 gedateerde, faience kannen tonen aan dat dit type reeds vroeger in Delft vervaardigd werd dan het hier besproken exemplaar.

De bovenrand is gedecoreerd met een brede band van bloemen met blad- en krulmotieven. Hieronder zijn afwisselend lambrequins en het Franse puntornament aangebracht die met gestileerd bloem- en bladwerk zijn opgevuld. Naturalistisch weergegeven bloementoeven bedekken de buik en zijn tevens in combinatie met lambrequins toegepast aan de onderrand. Aan het fabrieksmerk van Adrianus Kocx is het getal 'no 7' toegevoegd, voor welke codering vooralsnog geen verklaring valt te geven.

De term lambrequin had oorspronkelijk betrekking op een horizontaal hangende, getande reep textiel die al of niet met kwasten als afsluiting bovenaan bij vensters of hemelbedden werd bevestigd. Het was voornamelijk Daniël Marot (1661-1752), de sinds circa
1685 in Nederland werkende Franse hofarchitect en ontwerper, die gestalte gaf aan dit motief. Het behoorde tot een bijzonder geliefd versieringselement in de Lodewijk XIV stijl en werd vanaf de jaren tachtig veelvuldig door de Delftse plateelbakkers als randversiering op faience toegepast. Daarbij moet worden aangetekend dat eveneens Oosterse beïnvloeding, zoals het hartvormig ruyimotief, zal hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van het op ceramiek toegepaste Europese lambrequinmotief. De ‘Franse punt’ is daar weer een afgeleide van. Deze term wordt ook gebruikt in bijvoorbeeld een boedelbeschijving uit 1688/1694 van het hof te Leeuwarden waarin een kabinetstel en twee kannen worden genoemd die met ‘Frans puyntwark’ zijn gedecoreerd.

Merk
AK no 7 van eigenaar Adrianus Kocx (1687-1701) plateelbakkerij De Grieksche A
Materiaal/techniek
aardewerk met tinglazuur, grootvuurtechniek (monochroom: blauw)
Afmetingen
diam. 12,7 cm h. 20,5 cm
Datering
1687-1701
Productieplaats
Delft
Collectie
Gemeentemuseum Den Haag
Code
400488
Herkomst
legaat mr. A.H.H. van der Burgh, 1904
Unieke code
Gemeentemuseum Den Haag 0400488
Literatuur

Deel I 1999, cat.nr. 14