Kunstmuseum Den Haag

Plastiek van een doedelzakspeler

circa 1750 - circa 1764
0

De muzikant is gezeten op een ton die op een rotsachtig voetstuk is geplaatst. De man met een herdershoed op het hoofd draagt een landelijk kostuum van de werkende stand. Het rotsachtige voetstuk is nagenoeg identiek aan een ander voetstuk waarop een aap is gemodelleerd, eveneens afkomstig uit de productieperiode van Jan Pennis (OCE-1920-0034).

De met bolle wangen weergegeven muzikant bespeelt de doedelzak die wordt beschouwd als een muziekinstrument van de Europese volkscultuur. In de middeleeuwen zijn het dikwijls herders die met dit instrument zijn afgebeeld. Op zeventiende-eeuwse boerentaferelen verbond men er ook wel een fallische betekenis aan. Men kende tevens een klein type doedelzak, een musette de cour, dat vooral in Frankrijk maar ook in Nederland bekend was. Dit type werd niet door de mond aangeblazen maar door middel van een kleine blaasbalg onder de arm. Het wordt beschouwd als een hoofs instrument dat bekendheid kreeg dankzij het Franse hof. Op landelijke taferelen met een musicerend en dansend gezelschap, de ëƒÂªtes galantes, wordt onder meer dit type doedelzak bespeeld. Dergelijke in navolging van de Franse schilder Antoine Watteau (1684-1721) uitgevoerde voorstellingen waren bijzonder geliefd en paste men ook op Delfts aardewerk toe. De veelvuldig op zeventiende-eeuwse tegels afgebeelde doedelzakspelers bespelen meestal het type met twee bourdon- of brompijpen.

Merk
Datering
circa 1750 - circa 1764
Afmetingen
hoogte 20,9 cm
Collectie
Kunstmuseum Den Haag
Code
400925
Herkomst
legaat, 1904
Unieke code
Kunstmuseum Den Haag 0400925