Plastiek van een Oosterse vrouw

circa 1740 - circa 1765
Gemeentemuseum Den Haag  •  27 juni 2019

De op een voetstuk uitgevoerde Chinoiserie plastiek verbeeldt een hoofse musicienne met in haar handen een viool. Zij draagt een hoog kapsel en is gekleed in een lang gewaad dat bestaat uit een geplooid onder- en bovenkleed van een gebloemde stof. Het kostuum is afgezet met een grote kraag. In de "Catalogus van het Legaat Van der Burgh" uit 1905 beschrijft Servaas van Rooyen dit beeld als 'Japansche dame met mandoline'. Zijn commentaar luidt als volgt: 'onder de geringe hoeveelheid muziekinstrumenten, welke in Japan inheemsch zijn is het meest bekend de Samisen, vermoedelijk in 1700 van Manilla ingevoerd. Het is een soort van mandoline of banjo, waarvan de snaren aangestreken worden door een ivoren tokkelhaak'. Op een 1738 gedateerde schotel wordt door een Oosterse vrouw die eveneens een gebloemd gewaad draagt, een dergelijk instrument bespeeld. In het geval van onze Oosterse plastiek zal het echter eenvoudigweg om een viool gaan.

Mogelijk behoort dit Chinoiserie object tot een groepje van andere musicerende Lange Lijzen. Uit plateelbakkerij De Lampetkan zijn in elk geval twee vergelijkbare vrouwenfiguren bekend met in hun hand een triangel. Daarnaast zijn Delftse beeldjes aan te wijzen van twee Chinese vrouwen die mogelijk zijn gemaakt naar voorbeeld van een van de acht Onsterfelijken. Een ander groot formaat Delfts Chinoiserie object is in blauw gedecoreerd en verbeeldt de godin Guanyin.

Voorstellingen met Lange Lijzen bracht bakkerij De Porceleyne Byl eveneens op de markt. Zo tonen een IB gemerkte schaal en een met een bijltje gemerkt blad een decoratie van een tweetal Lange Lijzen in een tuinachtige omgeving

Het type Chinoiserie plastiekje als de hier beschreven Oosterse vrouw valt op vanwege het grote formaat. Ongetwijfeld zal een dergelijke productie zijn ontstaan onder invloed van Oosters porseleinen figuren, zoals bijvoorbeeld een 51 cm hoge godin van Blanc de Chine. In het polychroom is een Japans voorbeeld bekend van de godin van de Schoonheid van 35 cm hoog die is weergegeven met eenzelfde hoog kapsel als het Delftse exemplaar. Zij draagt meerdere gewaden over elkaar heen en zittende exemplaren zijn getooid in gewaden met bloemetjes.

Afmetingen
hoogte 34,3 cm
Datering
circa 1740 - circa 1765
Collectie
Gemeentemuseum Den Haag
Code
400924
Herkomst
legaat, 1905
Unieke code
Gemeentemuseum Den Haag 0400924