Schotel

circa 1750 - circa 1775
Gemeentemuseum Den Haag  •  27 juni 2019

Het middenvlak van de schotel vertoont een voorstelling van een bont gezelschap van een achttal musicerende, dansende en rokende lieden. De zeven heren en een dame bevinden zich in een interieur met ramen en een zwart/ wit geblokte vloer die van marmer lijkt. Een violist en een persoon die op een hakkebord speelt, begeleiden het dansende paar. Vier heren lijken op te gaan in hun rookactiviteiten, waarnaar ongetwijfeld het op de voorgrond afgebeelde tabaksblad met twee tonnetjes verwijst.

Het in vultechniek uitgevoerde krullende blad- en bloemwerk op de rand omlijst de centrale voorstelling met een uit takjes gevormde binnenrand. Een uit bakkerij De Klaauw afkomstige schotel is wat betreft de kleurschakering van de in kleinvuurtechniek weergegeven Bijbelse voorstelling vergelijkbaar met onze schotel. Bovendien wordt het Bijbelse tafereel omlijst door een nagenoeg identieke omranding van takjes als die op onze schotel. Het fabrieksmerk van De Klaauw is eveneens in het blauw weergegeven. Een dergelijke, maar dan verder in rococostijl uitgewerkte omranding zien we op een andere, eveneens uit De Roos afkomstige schotel met een meer eigentijdse afbeelding (OCE-1904-0026).

Aanvankelijk werden geblokte tegelvloeren weergegeven in een blauwe decoratie. Zo toont een tazza met een voorstelling van twee rokende heren een geblokte vloer met ook weer op de voorgrond een tonnetje met tabaksblad. Op een 1728 gedateerde schotel is een Chinoiserie voorstelling weergegeven van een musicerende Oosterse dame die zich bevindt in een ruimte met een geblokte vloer en op een 1729 gedateerde schotel is een dergelijke vloer te zien bij een Westers decor. Een zestal polychroom weergegeven voorstellingen op een 1754 gedateerde serie schotels is verwant aan onze schotel. In een ruimte met ramen en opgenomen gordijnen wordt gemusiceerd, gedanst en gezongen en beweegt men zich voort op geblokte tegelvloer.

Ongetwijfeld wenste de plateelschilder zijn vaardigheid te tonen door de tegelvloer perspectivisch af te beelden. Men liet zich hierbij inspireren door de schilderingen met Hollandse genre-interieurs. Hier werden dergelijke marmervloeren vooral toegepast in het midden en derde kwart van de zeventiende eeuw. Voor het decor op onze schotel zal men gelet op de kostuums het voorbeeld niet hebben ontleend aan eigentijdse afbeeldingen, maar aan voorstelling uit de eerste helft van de achttiende eeuw. Afgezien van het ‘horror vacui’, de overvolle beschildering, en de wat onbeholpen schildertrant van de figuurtjes springt vooral het gebruik van de enigszins vloekende, dik opgebrachte kleuren in het oog. Ongetwijfeld zal dit kleurenpalet zijn toegepast in een poging het Delfts aardewerk een fleuriger aanzien te geven. Door middel van de kleinvuurtechniek, die de Delftenaren als eersten in Europa op grote schaal vanaf het einde van de zeventiende eeuw toepasten, waren zij immers in staat de moeilijk te verwerken kleuren goud, rood en zwart te gebruiken. Het is bekend dat in het derde kwart van de achttiende eeuw nog steeds goudschilders in Delft werkzaam waren. Zo erven de zonen van goudschilder Regeer in 1771 zijn goudschilderoven en bevat de boedelinventaris allerlei met goud gedecoreerde voorwerpen.

Merk
figuratief teken van een roosje (op achterkant)
Afmetingen
hoogte 4,8 cm diameter 33,8 cm
Datering
circa 1750 - circa 1775
Collectie
Gemeentemuseum Den Haag
Code
400297
Herkomst
legaat, 1904
Unieke code
Gemeentemuseum Den Haag 0400297