Serie van twaalf borden met genrevoorstelling

circa 1750 - circa 1775
Gemeentemuseum Den Haag  •  27 juni 2019

De voorstellingen op de serie borden geven het verloop weer van de haringvangst. Men volgt de voorbereidingen en het uitvaren van de vloot tot het moment dat de vissers binnenzeilen en de haring wordt verhandeld. Elk bord is genummerd en draagt een titel die verwijst naar de afbeelding.

Dat de haringvangst voor de Republiek van bijzonder groot, economisch belang was, komt zelfs tot uiting in de benaming van deze ‘Hoofdnering’. In tegenstelling tot de ‘Kleine Visscherij’ waartoe de walvisvangst werd gerekend, sprak men over de ‘Groote Visscherij’ waarmee men de haringvisserij aanduidde. Deze term wordt voor de eerste maal gebruikt in een plakkaat van Willem van Oranje uit 1582. Uit de vele wetten die vervolgens werden uitgevaardigd, komt telkens weer het bijzonder grote belang naar voren van de haringvisserij. Men streefde immers naar ‘deze handel, die van de oudste tijden af voor een goudmijn van dit Gemeenebest gehouden is, zal blijven bloeien, en in den schoot van Neerlands Ingezetenen zijne schatten uitstorten’.

Het wekt dan ook geen verbazing dat de producenten van Delfts aardewerk voor hun decoraties veelvuldig hun toevlucht namen tot een beroemde serie etsen als die van de ‘Groote Visscherij’ van Adriaan van der Laan (1690-na 1742) naar tekeningen van Siewert van der Meulen (overleden 1730). Naast de genoemde complete Delftse series borden met de haringvangst zijn hiervan tevens enkele stuks bewaard gebleven. Eveneens produceerde De Porceleyne Byl reeksen met de ‘Kleine Visscherij’, waarbij wederom de taferelen zijn ontleend aan grafische voorbeelden van Van der Laan. Overigens werd de productie van series borden met illustratiereeksen als de maanden van het jaar reeds in de eerste helft van de achttiende eeuw op Delfts aardewerk toegepast, bijvoorbeeld bij bakkerij De Witte Ster.

De Delftse borden tonen een povere weergave van de prenten. De plateelschilder had blijkbaar moeite met de beperkte ruimte en nam slechts de belangrijkste facetten van zijn grafische voorbeelden over. Dat blijkt reeds bij de eerste voorstelling van het ‘breien’ van de netten (nr. 1). Op de prent houdt nog een andere vrouw zich bezig met het vervaardigen van de netten, terwijl op het bord een lege stoel is te zien. De reeks vervolgt met een afbeelding van de haringbuizen, een zeewaardig scheepstype, die van victualiën worden voorzien (nr. 2) en ook de ‘hoeker’ wordt in gereedheid gebracht om uit te varen (nr. 3). Om de gevangen haring met ‘den grootsten spoed’ naar land te brengen, maakte men gebruik van een aantal ‘eenmast hoekers, of oude buizen’. Zo varen op bord nr. 4 de buizen naar volle zee en worden de netten uitgegooid (nr. 5). Afgezien van de afwijkende maat van het zesde bord, is de voorstelling ‘Een zee schuyt op de neering’ nagenoeg identiek aan die op het vorige bord nr. 5. Nadat de buizen vervolgens met hun haringvangst de haven hebben bereikt (nr. 7), wordt de haring uit de tonnen verkocht (nr. 8). Thuis met uitzicht op de tuin wordt een waar feestmaal aangericht waar men zich te goed doet aan de zo juist gekochte, verse haring (nr. 9). Hoe de haring wordt verpakt, toont het tiende bord en op het elfde exemplaar is een bokkingrokerij afgebeeld. In een houten huisje met een pannendak, de ‘bockemhang’, hangt men in de rook de aan stokken geregen haring op. Tenslotte worden langs de kade de netten geboet (nr. 12).

Verschillende prenten van de ‘Groote Visscherij’ zijn niet overgenomen op deze serie borden zoals het kuipen van de tonnen en de verkoop van de bokking. Dat de grafische voorbeelden behalve tot dergelijke series ook leidden tot andere creaties, blijkt uit een grote, in blauw gedecoreerde schotel met een variant op nr. 3 van het ‘Toemaken van een Hoeker’. Dit 1764 gedateerde exemplaar toont een voorstelling van een schuit die een familie met kinderen vervoert met langs de oever een tweetal huizen. Naast ‘haringschaaltjes’ met de afbeelding van een haring uit onder andere bakkerij De Roos bracht De Porceleyne Schotel een gelijkvormig schaaltje op de markt, waarbij in dat geval exact een prent (nr. 5) van Van der Laan is overgenomen.

Merk
figuratief teken van een bijltje (op achterkant)
Afmetingen
diameter 25,4 cm
Datering
circa 1750 - circa 1775
Collectie
Gemeentemuseum Den Haag
Code
400075
Herkomst
legaat, 1904
Unieke code
Gemeentemuseum Den Haag 0400075