Ontdek

Merken

Fabrieksmerken

Delfst aardewerk kan aan de onder- of achterzijde gemerkt zijn met letters of figuratieve tekens. Dit zijn fabrieksmerken waarmee de productieplaats wordt aangegeven. In het merk is de naam van de plateelbakkerij of de naam van een eigenaar of beheerder verwerkt, soms voluit geschreven, maar veelal in de vorm van een monogram of initialen. Zo is LPK de afkorting voor plateelbakkerij De Lampetkan en verwijst AK naar Adrianus Kocx, de laat zeventiende-eeuwse eigenaar van De Grieksche A. Naast woord- en lettermerken werden ook figuratieve tekens als beeldmerken gebruikt, zoals een bijltje voor De Porceleyne Bijl, een (vogel)klauw voor De Klaauw of een flesje voor De Porceleyne Fles. Ook zijn combinaties van letters en tekens mogelijk. De merken op Delfts aardewerk verwijzen doorgaans niet naar individuele schilders. Werkelijke signaturen, zoals van bijvoorbeeld Frederik van Frijtom, zijn dan ook uitzonderlijk. In enkele gevallen kunnen opschriften, voornamelijk aan de voor- of bovenzijde van objecten, naar de opdrachtgever of ontvanger refereren in plaats van naar de plateelbakkerij. Voorbeelden van zeventiende- en achttiende-eeuwse merken zijn opgenomen in de merkenindex.

Foto rechts: Merk van De Grieksche A op een 1777-gedateerde melkpot, Aronson Antiquairs, Amsterdam

Fabrieksmerken werden vanaf de late zeventiende eeuw met toenemende regelmaat op het Delfts aardewerk toegepast uit economische overwegingen. Met name voor de buitenlandse handel was het merk een middel ten behoeve van herkenbaarheid en kwaliteitsgarantie, vergelijkbaar met het moderne handelsmerk. In 1764 deponeerden de 23 nog bestaande plateelbakkerijen in Delft in opdracht van het stadsbestuur hun merken tegen het

‘namaaken der teeckens of merken der plateelbackerijen’.

Dit merkenboek is voor zo ver bekend de enige, algemene merkenregistratie van de Delftse plateelnijverheid.

Merkenboek 1764

Na klachten van plateelbakker Justus Brouwer dat zijn merk door anderen werd nagemaakt, besloot het Delftse stadsbestuur in 1764 dat alle plateelbakkerijen in Delft hun merk moesten deponeren. Het namaken of anderszins misbruiken van deze merken werd verboden op straffe van hoge geldboetes en verbeurdverklaring van de betreffende goederen. De vastgelegde merken van de 23 toen nog bestaande bakkerijen vormen samen het merkenboek. Naast de fabrieksmerken zijn ook de gevelstenen of uithangborden beschreven. Uit het merkenboek blijkt de grote verscheidenheid in de gebruikte merken.

Klik hier om het merkenboek te openen

Het Merkenboek uit 1764 bevindt zich in het Gemeentearchief te Delft. Tevens is het opgenomen in Delfts Aardewerk. Geschiedenis van een nationaal product, Deel 1.

Toeschrijven

De meeste merken zijn echter nooit officieel vastgelegd en om deze te kunnen toeschrijven is historisch onderzoek nodig. Voor de toeschrijving van fabrieksmerken bestaande uit de initialen van een eigenaar van een bakkerij is kennis over de eigendoms- en beheergeschiedenis onontbeerlijk. Bronnen voor dit onderzoek zijn onder andere de Delftse notariële archieven, de onroerend goed administratie (huizenprotocollen) en de meesterboeken van het Lucasgilde. De fransman Henry Havard deed als eerste systematisch onderzoek op basis van archivalische bronnen en nam een uitgebreide biografiënlijst met merken op in zijn naslagwerk Histoire de la faïence de Delft uit 1878. Doordat de koppeling van merken aan archiefbronnen niet werd gestaafd met een stijlkritische beoordeling van de gemerkte objecten zijn er door hem ook verwarrende, foutieve toeschrijvingen gedaan. Sinds 1995 toen het project Delfts aardewerk van start ging doet het Gemeentemuseum Den Haag historisch onderzoek naar merken, gebaseerd op een combinatie van archiefgegevens en stijlkritiek. De overzichten van zeventiende- en achttiende-eeuwse merken en de plateelbakkerijen zijn hiervan het resultaat. Door de ordening van gemerkte objecten naar productieplaats kan uiteindelijk, in combinatie met prijslijsten en inventarissen van bedrijfsvoorraden, een indruk worden verkregen van het assortiment per werkplaats.

Uitgebreide achtergrondinformatie over de typen merken, hun functie, het toeschrijven, alsmede een historiografisch overzicht van het merkenonderzoek is opgenomen in Delfts Aardewerk, Geschiedenis van een nationaal product, Deel 2, pp. 15-35.

Vervalsingen

De aanwezigheid van een merk is een goede indicatie, maar biedt nog geen garantie dat het daadwerkelijk om Delfts aardewerk gaat. Allereerst moeten ook de vorm en het decor stilistisch overeenkomen met de periode die het merk aangeeft. Als een merk bijvoorbeeld op een productieperiode van rond 1700 wijst, terwijl het decor niet uit die periode dateert, kan al snel worden geconcludeerd dat er sprake is van een imitatie. Daarnaast moeten ook de materiaalaspecten kloppen. Een merk aangebracht op een gecraqueleerde (gebarsten) ondergrond ziet er misschien oud uit, maar duidt vaak op een vervalsing. Ook een rood of oranje gekleurde scherf in plaats van de voor Delfts aardewerk zo kenmerkende gele scherf  wijst op een later of elders vervaardigd product.

Vooral in de periode 1880-1930, toen de belangstelling voor het oude Delfts groot was, werd het veel nagebootst. Meestal ging het om vrije navolgingen, soms om opzettelijke vervalsingen. Dit kon zo goed gebeuren dat het nu moeilijk is origineel en kopie te onderscheiden.

Een veel vervalst merk is het rode APK merk van Pieter Kocx van plateelbakkerij De Grieksche A. Rood werd bij een lagere temperatuur in een derde bakgang aangebracht en is om die reden makkelijker te vervalsen.

In Nederland zijn onder meer door Oud Delft uit Nijmegen achttiende-eeuwse Delftse merken gebruikt op een deel van hun productie uit het begin van de twintigste eeuw. De meeste Delftse kopieën zijn echter in Frankrijk geproduceerd. Samson en Dèvres zijn de bekendste imitatiemanufacturen. Bij Samson-stukken zien we soms een S of een x naast het gekopieerde Delftse merk. Deze toevoegingen werden later vaak weer weg gepolijst om door te kunnen gaan als origineel Delfts aardewerk. Verdere informatie over deze Franse producenten is te vinden in:

J.D. van Dam, ‘‘’Herrezen als de phenix uit zijne asch’. Delfts aardewerk: kopie, imitatie of vervalsing’, in: Een illusie armer. Een ervaring rijker. Imitaties en vervalsingen in keramiek en glas, themanummer Vormen uit Vuur (2003) 184/185, 56-63

F. Slitine, Samson génie de l’imitation, Paris 2002

Delftsaardewerk.nl zal te zijner tijd meer voorbeelden van vervalsingen op de site publiceren.